• Berendineke

Rollenspelen in psychofysieke weerbaarheidslessen

Bijgewerkt op: nov 2

In dit blog geef ik een korte schets van de werkwijze van de opbouw naar rollenspelen in weerbaarheidstrainingen.


Uitgangspunten


In de weerbaarheidstrainingen is de trainer verantwoordelijk voor een goede sfeer. Uit onderzoek blijkt dat mensen het beste leren als ze zich veilig voelen en als ze vrolijk zijn. De thematiek waar we mee bezig zijn is echter allerminst "veilig en vrolijk", maar roept vaak angst en onzekerheid op en niet zelden ook herbeleving.


"De trainer let op een goede sfeer, daagt deelnemers uit om te leren en om hen succeservaringen te geven."

Het is aan de trainer om niet alleen de sfeer goed te houden, maar de deelnemers daarnaast uit te dagen om te leren en om hen succeservaringen te geven. En dat in een kortdurende training met niet zelden getraumatiseerde deelnemers!


Naast de randvoorwaarden in de training die de veiligheid waarborgen, zoals Susanne in haar bijdrage schetst, hanteren we een aantal andere belangrijke uitgangspunten:


  • we oefenen eerst de losse elementen;

  • daarna oefenen we combinaties van die elementen;

  • dan komen de abstracte rollenspellen waarin het geleerde wordt geoefend;

  • pas daarna sluiten we af met een rollenspel waarin een werkelijke situatie geoefend wordt.

Doordat alle losse elementen die gebruikt moeten worden om een rollenspel tot een succes te maken al succesvol geoefend zijn, wordt ook het rollenspel een succes. Als volgens deze opbouw gewerkt wordt, oefent de deelnemer zo niet alleen de feitelijke voorliggende situatie van dit specifieke rollenspel, maar begrijpt en ervaart hij dat alle andere situaties van grensoverschrijdend gedrag ook zo opgelost kunnen worden.


Tot zover de theorie waar ik in het kader van deze blog niet verder op in zal gaan. Om deze uitgangspunten verder toe te lichten, zal ik dit verder uitwerken aan de hand van rollenspelen waarin cursisten oefenen te confronteren. Het gaat dan om situaties waarin geen directe dreiging van geweld is (dan moet je immers iets anders doen, bijvoorbeeld vluchten, vechten of de-escaleren). Voorbeelden van deze situaties zijn onder meer: iemand wordt lastig gevallen bij een bushalte, iemand heeft iets van je geleend en wil het niet terug geven of iemand staat te dicht bij je.


"Het spreekt voor zich dat in agressieve situaties eerst gede-escaleerd moet worden voordat iemand geconfronteerd kan worden met zijn of haar onwenselijke gedrag."

De hier gepresenteerde uitgangspunten worden echter ook bij andere rollenspelen zoals die waar wel de-escalatie geoefend wordt. De feitelijke situaties verschillen natuurlijk per doelgroep. Zo zijn er trainingen met deelnemers die een enquêteur al als bedreigend kunnen ervaren.


Confrontatieregels


Allereerst bepaal je als trainer welke vaardigheden een cursist onder de knie moet hebben om een bepaald rollenspel (aan het einde van je training) succesvol te kunnen uitvoeren. Meestal zullen dat de confrontatieregels zijn. Deze worden in weerbaarheidstrainingen gebruikt als een checklist om voor jezelf op te komen in grensoverschrijdende situaties. die in principe niet escalerend zijn. Het spreekt voor zich dat in agressieve situaties eerst gede-escaleerd moet worden voordat iemand geconfronteerd kan worden met zijn of haar onwenselijke gedrag.


Iemand die deze "regels" volgt heeft een grotere kans om gerespecteerd te worden in zijn of haar wensen omdat hij of zij overtuigend overkomt. Deze confrontatieregels zijn als volgt:


  • Blijf rustig en adem goed door.

  • Wees overtuigd van jezelf en neem ruimte in (stevig staan, rug recht).

  • Kijk de ander recht aan, maar oogcontact.

  • Laat je stem rustig en overtuigend klinken.

  • Benoem het ongewenst gedrag en zeg wat de ander moet doen, vermijd discussie.

  • Je houding, woorden en gezichtsuitdrukking moeten met elkaar overeenstemmen.

Werkvormen: de opbouw


Als de confrontatieregels gecombineerd worden met de aan het begin van dit blog gepresenteerde uitgangspunten betekent dit het volgende:


In de eerste lessen wordt vooral gewerkt met losse werkvormen om oogcontact, houding, ademhaling te oefenen. Pas wanneer alle deelnemers aan een cursus bijvoorbeeld een juist stemgebruik hebben, een correcte ademhaling en oogcontact kunnen maken, worden werkvormen gepresenteerd waarin die drie gecombineerd worden. En pas als dat lukt, wordt overgegaan naar het oefenen met alle confrontatieregels tezamen. En als iedere cursist dat succesvol kan, worden meer realistische rollenspelen aangeboden.


"In de eerste werkvorm wordt dus één aspect geoefend."

Dat doen we op een speelse luchtige manier. Door bijvoorbeeld veelvuldig te werken met muziek of met spelvormen wordt het accent op dat ene aspect gelegd en niet op het totale plaatje. Hierdoor leren de cursisten gemakkelijker en wordt voorkomen dat ze een herbeleving krijgen. Immers: wij werken door middel van beleving en ervaring, maar niet door herbeleving- weerbaarheidstrainers zijn geen therapeuten.


Werkvormen: voorbeelden


Er zijn in de loop van de jaren tientallen, zo niet honderden werkvormen bedacht en gedeeld. We worden met zijn allen steeds vaardiger in het herkennen en ombouwen van bestaande werkvormen naar weerbaarheidswerkvormen. Wel een bedacht bijvoorbeeld om de Nieuw-Zeelandse Haka (een dans van de oorspronkelijke bewoners, zoek hem maar eens op via YouTube) een groep aan te leren om stevig staan en stemgebruik te oefenen? Vorig jaar was er iemand op onze post-hbo opleiding die dit bedacht heeft! En het werkte fantastisch! Haar deelnemers toonden vechtlust, ervoeren saamhorigheid en oefenden tussendoor stem, stevig staan en ademhaling.


Een ander bekend voorbeeld is het inzetten van muziek en de deelnemers door elkaar door de ruimte te laten lopen. Dat kan met stevige muziek om de cursisten te laten stampen en dus stevig te laten staan (als de muziek stopt, staat iedereen stevig) of met bijvoorbeeld het muziekstuk Carnaval Des Animeaux waarin de deelnemers op de tonen van de muziek sluipen, stampen of juist huppelen.


Erg succesvol en ook weer bedacht door één van mijn deelnemers aan mijn trainingen voor (toekomstige) weerbaarheidstrainers is het spel 'watchman' (oogcontact): maar kaartjes, zoveel als er groepsleden zijn. Eén kaartje heeft een kruis, een aantal kaartjes (in een groep van twaalf bijvoorbeeld vier) hebben een oog en de rest van de kaartjes heeft een nummer. Iedereen krijgt een kaartje dat ze niet aan anderen mogen laten zien. De persoon met het kruis is de 'tikker'. De mensen met de ogen moeten er achter komen wie de tikker is. De tikker tikt mensen door naar ze te knipogen. Als je een knipoog krijgt, wacht je vijf tellen en dan ben je af (ga je zitten). Zodra iemand met een oog op het kaartje weet wie de tikker is, steekt hij de hand op.


Mijn favoriet is de Nee-cirkel omdat deze werkvorm slechts drie tot maximaal zeven minuten duurt en in allerlei variaties is toe te passen. Ik gebruik hem vaak vlalk voor een rollenspel om nog even alle confrontatieregels de revue te laten passeren. Alle deelnemers staan in een kring en zeggen om de beurt nee, houdt daarbij een hoog tempo aan. Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld: nee zeggen alsof je het wel of juist niet meent, alsof je erg boos bent, in de taal van je moeder, met een gebaar, assertief, nee zeggen en ja knikken, met een lachend gezicht, met een serieus gezicht, enzovoorts. Deelnemers leren zo dat de gezichtsuitdrukking congruent moet zijn met hun boodschap. Deze werkvorm kan meerdere keren terugkomen in een training en kan ook al in het begin van een cursus, zelfs in de eerste les, aan de orde komen. Dan is het ook een goede manier voor de trainer om de deelnemers te observeren.



Op 25 november a.s. begint de post hbo agressie hantering. Ben je hierin geïnteresseerd? Neem dan contact op met: berendineke.steenbergen@ponsacademie.nl